Folder van de week

Oordelen

Regelmatig wordt er op onze site en op de artikelen die we daar publiceren gereageerd. We stellen dat op prijs! Daarbij valt nog wel eens het verwijt dat wij, als Barjona, oordelen, en dat mag, zo wordt dan gesuggereerd, niet! Vaak gebruikt men dan de tekst die de Heere Jezus spreekt tijdens de bergrede in Mattheus 7:1-5.

1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
2 Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden.
3 En wat ziet gij den splinter, die in het oog uws broeders is, maar den balk, die in uw oog is, merkt gij niet?
4 Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog?
5 Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.

Klopt het vanuit deze tekst dus dat we niet mogen oordelen? Ofwel, Is oordelen altijd Bijbels?

Met de hulp van de Heere zullen we proberen hier een helder en Bijbels licht over te laten schijnen. Tenslotte is de Bijbel Gods Woord en geeft de Heere daarin duidelijkheid, ook over deze zaak. Vooraf willen we echter duidelijk stellen dat wij de strijd niet hebben tegen vlees en bloed (Efeze 6), maar dat we wel geacht worden man en paard te benoemen. Dat is ook naar degenen die reageren onze plicht!

Als er zaken zijn die niet kloppen of niet goed door ons vermeld worden, dan staat voor iedereen uiteraard de mogelijkheid open om een reactie te geven en ons te corrigeren.

Overigens geldt dat ook wij, als Barjona, niet de wijsheid in pacht hebben, maar ook mensen zijn die fouten kunnen maken. In al deze zaken weten wij ons diep afhankelijk van de Heere en is onze verwachting dan ook van Hem alleen. We zijn tenslotte allemaal mensen die van nature met een verdorven hart rondlopen, van onszelf kunnen wij niets goeds doen. Daarom is ons gebed ook gedurig of we bewaard mogen worden voor hypocrisie en geveins.

Maar we keren terug naar het oordelen: indien we de kanttekeningen bij de Bijbel lezen bij het bovengenoemde tekstgedeelte, dan zien we welk oordelen de Heere Jezus hier bedoelt:

Oordeelt niet

Namelijk lichtvaardiglijk, of verkeerdelijk, uit haat, nijdigheid, of ongegrond achterdenken. Anders is een oprecht oordeel van zaken, waarvan men rechte kennis heeft, als het tot een goed einde geschiedt, zo in het gericht als daar buiten, niet alleen geoorloofd, maar ook geboden. Zie 2 Kron. 19:6; Joh. 7:24; 1 Kor 5:12.

Dus een oprecht oordeel van zaken, na gedegen onderzoek, is nota bene verplicht voor een Christen! Bijvoorbeeld in Ezechiel 3 lezen wij de opdracht van de Heere aan Ezechiel. Ezechiel moet waarschuwen tegen de goddeloosheid (dat is dus een oordeel vellen, want hij moet iets bestempelen als goddeloos). Doet Ezechiel dat niet, dan zal de Heere de goddelozen die ongewaarschuwd in hun goddeloosheid sterven van zijn hand eisen. Dat is nogal wat!

Iedere christen is in die zin dus ook verplicht, zoals we dat noemen ‘ zich van het bloed van zijn naaste vrij te maken’. Indien onze buurman niet gelooft in de Enige Weg Die tot het leven leidt, dan zal hij voor eeuwig verloren gaan. Dat leert Gods Woord ons duidelijk, alleen in en door Jezus Christus is er verlossing te verkrijgen. (Johannes 14:6). Als wij, die dit weten, onze buurman niet waarschuwen en hem wijzen op Jezus Christus, en hij sterft in zijn zonde, zal zijn bloed van onze hand geëist worden.

We moeten dus waarschuwen tegen de zonde. Dat is uit bovenstaande wel duidelijk.

Dit is echter alleen mogelijk indien we kunnen bepalen wat zonde is. Uiteraard kunnen we geen harten kennen, maar uit de vruchten kennen we de boom. (Matth 7:15-23). Aan de hand van wat we waarnemen en onderzoeken kunnen we dus een oordeel vellen of iets zonde is of niet.

Hierbij komt ook nog dat de Bijbel ons oproept om de geesten te beproeven, want niet iedere geest is van God ( 1 Joh 4:1). Tevens komt de duivel vaak in de gedaante van een engel des lichts, en ook zijn volgelingen doen dat (2 Kor 11:13-15), maar toch dienen we ze te ontmaskeren. Dat is tenslotte ook de waarschuwing die de Heere Jezus ons geeft (Matth. 7:15-23). Het is ook heel opvallend te noemen dat als de discipelen vragen naar het teken van de wederkomst van de Heere Jezus, dat Hij als eerste antwoord: "ziet toe, dat u niemand verleide" Matth 24:4. Blijkbaar zal er dus veel verleiding zijn, en die verleiding is niet goed, en dus moeten we daar een oordeel over kunnen vellen.

De Heere Jezus zegt immers ook: "oordeel niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel". We moeten dus niet oppervlakkig oordelen. We moeten een "rechtvaardig" oordeel vellen. Het oordeel moet dus op "recht" gebaseerd zijn, en wat is het enige goede recht dat wij hebben, dan alleen de Bijbel?

Ook zegt de Heere Jezus op een andere plaats: "En waarom oordeelt gij ook van uzelven niet, hetgeen recht is?" Lukas 12:57. Ook de Apostel Paulus, door de Heilige Geest geinspireerd, is niet onduidelijk over oordelen. (1 kor 10:15, 1 Kor 2:15, 1 Kor 11:13).

Als we dan een oordeel geveld hebben, moeten we dat dan ook zeggen? Of stoten we dan allemaal mensen maar voor het hoofd en is dat niet christelijk?

Efeze 5 is daar heel duidelijk in: "En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar BESTRAFT ze ook veeleer". We moeten dus zelfs bestraffen als we merken dat er goddeloosheid gedaan wordt, dat zegt de Bijbel tenminste.

De profeet Micha zegt zelfs: "maar waarlijk, ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN; en vol van gericht en dapperheid, om Jacob te verkondigen zijn overtreding, en Israel zijn zonde". Vol kracht dus om de goddeloosheid aan te tonen en te verkondigen aan zijn volk, zijn medemensen. Zouden we zijn voorbeeld dan niet volgen en onze medeinwoners van Urk waarschuwen tegen de goddeloosheid die steeds meer toeneemt?

We zijn allemaal op weg naar de eeuwigheid en de beslissing over onze bestemming zal in dit leven vallen! Tussen onze wieg en het graf moeten we wederomgeboren worden, van de brede weg afgehaald en op de smalle Weg overgezet worden, anders zullen we voor eeuwig verloren gaan.

De tekst uit Mattheus 7 over oordelen is gericht aan de geveisden, de hypocrieten, die mensen die wel met de mond belijden, maar vervolgens in zonden leven. Het gaat daar dus niet over het goede oordelen wat de rest van Gods Woord ons leert. 1 Kor. 6:3 zegt ons nog: "weet gij niet dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken die dit leven aangaan?"

Het is de plicht van iedere Christen om een Bijbels en helder oordeel te vellen.

Wij hopen en bidden dat dit bovenstaande meer duidelijkheid naar onze sitebezoekers zal scheppen.